Belgische Kansspelvergunningen – F1, F1+ en F2 Uitgelegd

Belgie reguleerde online gokken als een van de eerste landen in Europa

Toen de meeste Europese landen nog worstelden met de vraag of online gokken überhaupt gereguleerd moest worden, had Belgie in 2011 al een wettelijk kader op poten gezet. Dat was geen toeval. De Belgische overheid zag eerder dan veel buurlanden dat een ongereguleerde markt niet verdwijnt door er geen regels op toe te passen, ze groeit alleen ondergronds, per Chambers and Partners (Gaming Law Belgium 2025).

Het Belgische model is gebouwd op een eenvoudig principe: kanalisatie. Door een legaal aanbod te creëren met duidelijke spelregels, bescherming en toezicht, zou de meerderheid van de spelers binnen het gereguleerde circuit blijven. Illegale operators zouden vanzelf terrein verliezen. Dat principe werkte jarenlang redelijk goed, tot de opeenstapeling van restricties na 2022 het evenwicht begon te verstoren.

De historische context is belangrijk om het huidige vergunningssysteem te begrijpen. Belgie ontwierp zijn licentiestructuur niet in een vacuüm: het keek naar de Britse en Franse modellen, maar paste ze aan de Belgische marktomvang aan. Het resultaat is een gelaagd systeem met drie vergunningstypen die elk een specifiek kanaal bedienen, fysiek, online en retail. Die structuur staat centraal in hoe de Belgische sportwedsector functioneert.

Wat Belgie uniek maakt ten opzichte van andere vroege reguleerders, is de koppeling tussen fysieke en online licenties. Waar het Verenigd Koninkrijk een puur online licentie toestaat zonder fysieke aanwezigheid, eist Belgie dat elke online operator ook een fysiek wedkantoor exploiteert. Die eis was in 2011 een bewuste keuze: het garandeert dat operators lokaal aanspreekbaar zijn en onder direct toezicht vallen van de Belgische autoriteiten. De consequentie is een kleinere maar beter controleerbare markt.

F1, F1+ en F2 – drie vergunningstypen met elk een eigen rol

Het Belgische systeem kent drie vergunningstypen voor sportweddenschappen, en elk type heeft een afgebakend werkterrein. Verwarring tussen deze licenties is een van de meest voorkomende misverstanden bij Belgische wedders, en bij buitenlandse partijen die de Belgische markt willen betreden.

De F1-vergunning is de basislicentie voor fysieke wedkantoren. Houders van deze licentie mogen een of meerdere fysieke locaties exploiteren waar spelers ter plaatse weddenschappen kunnen afsluiten. Denk aan de wedkantoren die je in Belgische steden ziet, vaak gecombineerd met schermen voor live sportuitzendingen. Er zijn maximaal 30 F1-licenties beschikbaar in Belgie. Volgens de Belgian Gaming Commission (jaarverslag 2023) waren er in 2023 slechts 24 van die 30 daadwerkelijk in gebruik. Zes licenties liggen braak, een teken dat de drempel voor nieuwkomers hoog is, maar de markt technisch gezien ruimte biedt.

De F1+-vergunning is de online extensie die uitsluitend gekoppeld is aan een bestaande F1. Zonder fysiek wedkantoor geen online platform, dat is het uitgangspunt. De logica hierachter is dat de overheid alleen partijen online wil laten opereren die ook een fysieke aanwezigheid in Belgie hebben, en daarmee onder direct toezicht vallen. In de praktijk betekent dit dat elke legale online bookmaker in Belgie ook ergens een stenen kantoor heeft.

De F2-vergunning bedient een heel ander segment: krantenverkopers en verkooppunten die weddenschappen aanbieden als nevenactiviteit. F2-houders mogen alleen betten accepteren tussen 6:00 en 20:00, met een jaarlijks inzetplafond van 250.000 euro per verkooppunt. Het is een traditioneel kanaal dat steeds meer terrein verliest aan online, maar nog altijd functioneert in landelijke gebieden waar een fysiek wedkantoor economisch niet haalbaar is.

Het cumulatieverbod veranderde de operatorstructuur in 2024

De Belgische Kansspelwet van 7 mei 2024 introduceerde een maatregel die de industrie ingrijpend hertekende: het cumulatieverbod. Operators mogen sindsdien geen producten van meerdere licentietypes meer combineren op een enkel platform. Concreet: een bookmaker met een F1+-licentie mag op dezelfde website of app geen casinospelen aanbieden die onder een andere vergunning vallen.

Voor de speler lijkt dat een technisch detail, maar de gevolgen zijn merkbaar. Operators die voorheen sportweddenschappen en online casino op een platform combineerden, moesten hun aanbod opsplitsen. Dat betekent aparte websites, aparte accounts en aparte stortingen. Een wedder die zowel op voetbal wedt als een ronde blackjack speelt, heeft nu twee platforms nodig in plaats van een.

De rationale achter het verbod is spelerbescherming. De overheid wil voorkomen dat spelers naadloos van sportbetting naar casino schuiven, een overgang die het risico op problematisch gokgedrag vergroot. Door de producten te scheiden, creëert het verbod een fysieke drempel tussen verschillende gokvormen. Of die drempel in de praktijk werkt, is een ander debat. Critici wijzen erop dat spelers die twee platforms willen gebruiken, dit alsnog doen, alleen met extra administratieve rompslomp.

Voor operators waren de kosten aanzienlijk. Platformsplitsing, aparte vergunningsaanvragen, gescheiden marketingbudgetten en dubbele compliance-afdelingen drukken op de winstmarge. Kleinere operators ervaren dat als een onevenredige last, wat de marktconcentratie versterkt. De grotere spelers absorberen de kosten; de kleinere overwegen hun positie.

Het cumulatieverbod heeft ook gevolgen voor de spelerservaring. Voorheen kon een wedder na een verloren voetbalweddenschap overstappen naar een casinospel op hetzelfde platform zonder opnieuw in te loggen. Die naadloze overgang was precies het gedrag dat de wetgever wilde doorbreken. De scheiding dwingt een bewuste actie af, navigeren naar een ander platform, opnieuw inloggen, die functioneert als een psychologische drempel. Of die drempel voldoende is om problematisch gedrag te voorkomen, wordt pas duidelijk wanneer de eerste evaluatiegegevens beschikbaar komen.

Hoe controleer je welk vergunningstype een bookmaker bezit?

De enige betrouwbare bron is de website van de Kansspelcommissie: gamingcommission.be. Daar vind je de volledige lijst van alle vergunde operators met hun licentienummers, vergunningstype en geldigheidsdatum. Elke andere bron, vergelijkingssites, forums, de bookmaker zelf – is secundair en potentieel verouderd.

Stap een: ga naar de officiele database op de site van de Gaming Commission en zoek op de naam van de bookmaker. Stap twee: controleer het vergunningsnummer. Een F1-licentie heeft een specifiek format dat begint met de aanduiding van het licentie-type. Stap drie: verifieer of de licentie nog geldig is – een verlopen vergunning is geen vergunning. Stap vier: check of de bookmaker ook een F1+-extensie bezit als je online wilt spelen. Een operator met alleen F1 mag geen online weddenschappen aanbieden.

Op de website van de bookmaker zelf staat doorgaans een vergunningsnummer in de footer. Dat is een goed startsignaal, maar geen bewijs. Illegale operators kopiëren soms licentienummers van legale partijen. De kruiscontrole met de database van de Kansspelcommissie is daarom essentieel. Het kost twee minuten, maar het scheelt je de risico’s van spelen op een onvergund platform: geen spelerbescherming, geen EPIS, geen gegarandeerde uitbetalingen.

Heeft het type vergunning invloed op het aanbod dat je als speler ziet?

Direct en indirect, ja. Een bookmaker met alleen een F1-licentie biedt uitsluitend fysieke weddenschappen aan. Je kunt daar niet online storten of wedden – alles gebeurt ter plaatse. De betaalmethoden zijn beperkt tot contant geld en pinbetalingen in het wedkantoor. Voor mobiel wedden of Bancontact-stortingen heb je een operator nodig met een F1+-extensie.

Het sportaanbod verschilt ook. F1+-operators met een groot online platform bieden doorgaans een breder scala aan sporten en markten aan dan een F1-only wedkantoor. Live wedden, bet builders en exotische markten zijn vrijwel uitsluitend beschikbaar bij online platforms. Een fysiek wedkantoor beperkt zich vaak tot de populairste competities en basismarkten – logisch, want het aanbod moet via schermen en balietransacties worden afgehandeld.

F2-verkooppunten bieden het smalste aanbod. Krantenverkopers met een F2-vergunning werken met een beperkt assortiment, doorgaans alleen voetbalweddenschappen op de grote competities. De openingstijden zijn wettelijk beperkt tot overdag, en het jaarlijkse inzetplafond van 250.000 euro per verkooppunt maakt F2-kanalen ongeschikt voor serieuze wedders. Het is een kanaal voor de recreatieve gokker die zijn wedkrant koopt en er een weddenschap bij plaatst.

De keuze van vergunningstype bepaalt dus niet alleen of je legaal speelt, maar ook wat je kunt spelen, wanneer je kunt spelen, en via welke betaalmethoden je toegang hebt. Wie het volledige aanbod wil benutten – inclusief live wedden, Bancontact-stortingen en een breed sportassortiment – heeft een F1+-operator nodig.

Wat is het verschil tussen een F1 en een F1+ vergunning?
Een F1-vergunning geeft het recht om fysieke wedkantoren te exploiteren waar spelers ter plaatse weddenschappen kunnen afsluiten. Een F1+-vergunning is een aanvullende online extensie die alleen kan worden verkregen door houders van een F1-licentie. Zonder fysiek wedkantoor geen online activiteit – de F1+ is altijd gekoppeld aan een bestaande F1.
Hoeveel F1-licenties zijn er beschikbaar in Belgie?
Er zijn in totaal 30 F1-licenties beschikbaar in Belgie. In de praktijk zijn niet alle licenties in gebruik – volgens de Belgian Gaming Commission waren er in 2023 slechts 24 van de 30 actief. De resterende licenties staan open voor nieuwe toetreders die aan de wettelijke vereisten voldoen.
Wat houdt het cumulatieverbod in voor bookmakers?
Het cumulatieverbod, ingevoerd via de Belgische Kansspelwet van 7 mei 2024, verbiedt operators om producten van meerdere licentietypes op een enkel platform aan te bieden. Een bookmaker met een F1+-licentie mag op dezelfde website geen casinoproducten hosten die onder een andere vergunning vallen. Operators moesten hun platforms reorganiseren om aan deze eis te voldoen.